Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicomanagement

Om inzicht te geven in de risico’s die de gemeente onderkent hebben wij deze opgenomen in een top 10. Omdat de risico-opname en inschatting een doorlopend proces is wordt voortborduurt en teruggekeken naar de laatst verantwoorde risico’s en daar vinden de aanpassingen en aanvullingen op plaats. In deze jaarrekening kijken we dus naar de risico’s zoals wij die bij de begroting 2025 hebben opgenomen.

1. Gemeentefonds

  • Het gemeentefonds is gebaseerd op de Rijksbegroting waaruit de gemeenten jaarlijks een algemene uitkering (AU) krijgen. Deze AU kent een aantal onzekere factoren zoals de economische ontwikkeling in Nederland en de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Vanaf 2024 gekoppeld is de algemene uitkering gekoppeld aan de ontwikkeling (8-jaars (t-9 t/m t-2)) van het Bruto Binnenland Product (Bbp). Dit zou in eerste instantie ingegaan in begrotingsjaar 2027, maar dit is nu vervroegd ingevoerd. De systematiek samen de “trap op, trap af” is dus niet meer van toepassing.
  • De AU voor het nieuwe jaar wordt berekend op basis van geschatte eenheden, de werkelijke uitkering kan dus afwijken van de prognose. Drie kalenderjaren na dato wordt de AU definitief vastgesteld. Dit leidt tot verrekeningen over voorgaande jaren.

2. Open einderegeling Wmo

  • Per 2019 is de inkomensafhankelijke bijdragesystematiek in de Wmo vervangen door het abonnementstarief (een vast bedrag per maand als bijdrage voor Wmo-voorzieningen). De invoering van dit abonnementstarief heeft geleid tot een stijging van het aantal voorzieningen (aanzuigende werking). Daarnaast is er vergrijzing en wonen ouderen steeds langer op zichzelf.
  • Het Wmo voorspelmodel (VNG) geeft een meerjarige voorspelling op het verwachte gebruik van de Wmo-voorzieningen per jaar. Vanaf het begrotingsjaar 2023 wordt dit voorspelmodel gehanteerd. Het grootste risico op stijgende lasten is hiermee opgevangen. Er zal altijd een risico zijn op afwijkingen t.o.v. de begroting, vooralsnog wordt dit ingeschat als onderdeel van de reguliere exploitatierisico's. Voor dit risico op openeinderegeling Wmo is dan ook geen apart risicobedrag meer opgenomen.   

3a. Open einderegeling Jeugd

  • De uitvoering van de Jeugdwet is een open einde regeling en kan door groei leiden tot lastenstijging. Gespecialiseerde jeugdhulp is regionaal in twee percelen ingekocht. Voor de budgetten betreffende complexe jeugdhulp (perceel 1) is een lumpsum financiering van toepassing. Jaarlijks wordt regionaal een verdeelsleutel vastgesteld. De verdeelsleutel voor 2025 en verder moet nog worden vastgesteld.
  • Voor de ambulante begeleiding, jeugd-GGZ (diagnostiek, basis en specialistische jeugdhulp) en dyslexie zorg (perceel 2) wordt gewerkt met een PxQ constructie waarbij de aanbieder wordt betaald voor het leveren van een activiteit, product of geheel traject aan een cliënt. Door te werken met een regionaal budgetplafond willen we bereiken dat de kosten worden beheerst. Het budgetplafond wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2025 is deze nog niet vastgesteld.
  • Excessieve casussen vallen buiten perceel 1 en 2 en worden op basis van maatwerk gefinancierd. De grote en omvang zijn niet vooraf in te schatten.

3b. Jeugd incidenteel

  • Voor de transitie van de jeugdhulp en de uitvoering van de Hervormingsagenda jeugd 2022-2028 is de verwachting dat er nog een aantal jaar nodig zijn om zich te vormen en te stabiliseren. Hieruit kunnen incidentele lasten voortkomen om deze transitie vorm te geven. In het najaar 2024 wordt een voorstel ter besluitvorming aan u voorgelegd voor implementatiekosten en voor het innovatiefonds.

4. Specifieke uitkering stimulering sport

  • De BTW op de uitgaven van sport investeringen, onderhoud en SBB kunnen via de specifieke uitkering sport worden teruggevraagd. Risico is dat niet het gehele BTW bedrag wordt gecompenseerd, omdat de omvang van de terug te ontvangen BTW afhankelijk is van de totale uitgaven van alle gemeenten en hier een plafond voor geldt.
  • De huidige regeling van SPUK Stimulering Sport loopt tot en met 2025. Het ministerie van VWS onderzoekt samen met belanghebbenden hoe gemeenten vanaf 2026 gecompenseerd kunnen worden voor het btw-verlies op sportuitgaven. Zodra er meer informatie beschikbaar is, zullen DUS-I en de VSG deze delen.

5. Doordecentralisatie BW/MO

  • De taken en verantwoordelijkheden van beschermd wonen zijn over van de centrumgemeenten naar alle gemeenten (doordecentralisatie) per 1 januari 2024. De taken en verantwoordelijkheden van de maatschappelijke opvang nog niet. Na 4 jaar wordt besloten of de taken voor de maatschappelijke opvang ook overgaan naar de regiogemeenten. In het GO van Beschermd Wonen is vastgelegd dat de eerste drie jaar eventuele tekorten en overschotten van individuele gemeenten worden verrekend via een vereveningsfonds.

6. Liquiditeit, renteresultaat

  • Het renteresultaat is structureel gedekt in de begroting.
  • Risico’s die van materiële invloed zijn op het renteresultaat worden geschat op € 0.

7. Bestemmingsreserve Decentralisaties Breed

  • In de nota reserves en voorzieningen 2020 (INT-20-54676) is vastgesteld dat de bestemmingsreserve Decentralisaties Breed (taakvelden Wmo oud en nieuw, Jeugd en Participatie (exclusief de uitkeringen)) het doel heeft de risico's op genoemde taakvelden af te dekken. Deze bestemmingsreserve heeft een maximale looptijd tot en met 31-12-2024. Er is momenteel een raadsvoorstel in voorbereiding betreffende een financiële bijdrage aan de zorgaanbieder Kenter die vanuit de bestemmingsreserve gedekt wordt waardoor de looptijd en hoogte van deze reserve wijzigt.

8. Effecten opvang vluchtelingen Oekraïners

  • De huidige regeling voor de bekostiging van de opvang van Oekraïners, Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO), loopt tot 1 maart 2025. Door aanhoudende Russische aanvallen wordt er een toename van het aantal Oekraïense vluchtelingen verwacht. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vraagt om structurele financiering voor de opvang van deze groep ontheemden.

9. Verzelfstandiging zeehaven De Pijp

  • De gemeente Beverwijk zet, samen met betrokken partners, in op de verdere stimulering van de economie in Zeehaven De Pijp. We werken aan een havenprogramma met drie pijlers. Deze zijn gericht op onderhoud en herstel van de kade- en haveninfrastructuur, de verdere uitwerking van een toekomstplan over de mogelijkheden en functies voor een duurzame en toekomstbestendige haven, als ook de organisatorische aspecten, zoals het beheer en onderhoud en de exploitatie van de Beverwijkse haven.

Volgend uit de voorbereidende stappen die al zijn gezet nemen we in de zomer van 2025 de herstelde Noorderkade opnieuw in gebruik. Het in de programmabegroting 2024 genoemde bedrag t.b.v. de uitvoering van de werkzaamheden bedraagt ca. € 6 mln. en blijkt o.b.v. de laatste kostenramingen niet toereikend voor de bouw van de kade en komt naar verwachting uit rond de € 8 mln. Vanuit de Gebiedsinvesteringen Netten op Zee en de provincie Noord-Holland subsidiebijdragen aangevraagd voor respectievelijk van € 7 mln. ten behoeve van het revitaliseren van Zeehaven De Pijp en € 1 mln. ten behoeve van investeringen in de haveninfrastructuur.

10. Actualisatie Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs

  • Als gevolg van nieuwe wetgeving met ingang van 2025 moeten de gemeenten een IHP met een looptijd hebben van 16 jaar. In 2025 wordt een IHP gemaakt voor de periode 2025-2040. Dit nieuwe IHP geeft straks een goed beeld van onze investeringsopgave in onderwijshuisvesting voor deze periode. Veel scholen zijn gebouwd in de jaren ’60 en ’70 en zijn aan renovatie/vervanging toe. Uit een eerste inventarisatie betekent dit voor de periode 2025 - 2040 een investering van circa € 60 mln. Dit is dan exclusief eventuele nieuwbouw van een school in de Spoorzone. Op dit moment wordt jaarlijks een bedrag van € 0,8 mln. (2023) gestort in de bestemmingsreserve Onderwijs. Het saldo van deze reserve bedroeg eind 2023 € 2 mln. Het bedrag van de jaarlijkse storting is ontoereikend voor de dekking van de toekomstige investeringen. Bij het nieuwe IHP, besluitvorming medio 2025, zijn de financiële consequenties bekend.

Berekening exploitatierisico’s

  • Naast de hierboven vermelde risico's wordt er rekening gehouden met een risicobedrag op basis van de totale lasten.
  • De exploitatierisico’s bedragen € 5,2 mln. en worden als volgt berekend; totale lasten (inclusief stortingen in de reserves) × financieel gevolg van 10% × kans van 33%.

Het bedrag van € 5,2 mln. is bestemd voor operationele risico’s zoals risico’s op het gebied van bedrijfsvoering, juridische zaken, verbonden partijen, organisatie, fraude en integriteit, crisis en incidenten.

Deze pagina is gebouwd op 02/25/2025 16:00:24 met de export van 02/25/2025 15:52:08